Eerste Paasdag
Historische context
Eerste Paasdag (Paaszondag) valt elk jaar op een andere datum, altijd de eerste zondag na de eerste volle maan in de lente.
Pasen is het belangrijkste christelijke feest en viert de verrijzenis van Jezus Christus. De datum wordt bepaald door de eerste volle maan na 21 maart, een systeem dat in 325 na Christus werd vastgelegd op het Concilie van Nicaea. Het woord "Pasen" komt van het Hebreeuwse "Pesach" (Joods Paasfeest), wat verwijst naar de uittocht uit Egypte. In Nederland kreeg het paasfeest na de Reformatie een meer ingetogen karakter, maar de volkstradities rond eieren en vuur bleven bestaan.
In Nederland zoeken kinderen op Paaszondag paaseieren in de tuin of het park, een traditie die al sinds de 18e eeuw populair is. Eieren versieren en een uitgebreide paasbrunch met familie zijn vaste onderdelen van het feest. In het oosten van het land (Twente, Achterhoek, Salland) worden op paasavond spectaculaire paasvuren aangestoken. Deze kunnen meer dan 20 meter hoog worden en zijn een sociaal evenement voor hele dorpsgemeenschappen. In veel kerken wordt de paaswake gehouden, een nachtelijke dienst die overgaat in de paasochtend.
Regionale tradities
Espelo
Buurtschappen rond Holten strijden sinds 1964 om het grootste paasvuur. Espelo vestigde in 2012 het Guinness-record met een paasvuur van 45,98 meter hoog, bijgewoond door 40.000 toeschouwers. De traditie staat op de lijst van Immaterieel Cultureel Erfgoed.
Ootmarsum
Het Vloeggeln is een traditie die ten minste teruggaat tot 1840, waarbij een menselijke keten zingend door het stadje trekt. Acht ongehuwde katholieke mannen (Poaskearls) leiden de stoet en steken om 20:30 uur het paasvuur aan. De traditie staat in de Canon van Nederland.
Twente & Achterhoek
Bijna 100 paasvuren branden op paasavond verspreid over Twente en de Achterhoek, de hoogste concentratie van Europa. Gemeenschappen besteden weken aan het verzamelen van hout ("paasstaak slepen").