Tweede Paasdag
Historische context
Tweede Paasdag valt altijd op de maandag na Paaszondag. Het is een erkende feestdag waarop de meeste werknemers vrij zijn.
Tweede Paasdag is de dag na Paaszondag en verlengt het paasweekend tot een lang weekend. De dag deelt zijn christelijke oorsprong met Paaszondag. In de middeleeuwen schreef de kerk meerdere feestdagen rond Pasen voor, waarvan Tweede Paasdag als enige is overgebleven. In de praktijk is het religieuze karakter in Nederland grotendeels verdwenen. De dag wordt vooral gewaardeerd als extra vrije dag die samen met Paaszondag een lang weekend vormt.
Veel Nederlanders gebruiken Tweede Paasdag voor familiebezoek, uitstapjes of het bezoeken van paasmarkten en evenementen. Tuincentra en pretparken zijn populaire bestemmingen: na de winter willen veel mensen hun tuin aanpakken of eropuit met de kinderen. In sommige dorpen worden ook op Tweede Paasdag nog paasvuren gestookt of paaseierzoektochten georganiseerd. De dag markeert voor veel mensen het begin van het buitenseizoen.
Regionale tradities
Ootmarsum
Het Vloeggeln gaat door op Tweede Paasdag, waardoor het een tweedaags evenement is. De menselijke keten trekt voor de tweede achtereenvolgende dag zingend door het stadje.
Groningen
Families spelen "notenschieten", een traditie die vermoedelijk honderden jaren oud is. Bewoners kleden zich in "paasbest", nieuwe lentekleding die voor het eerst wordt gedragen bij het paasontbijt.